

Frontairbags:
Dit zijn tweefasen airbags voor de bestuurder en de passagier, die worden aangestuurd door een elektronische regeleenheid op de middenconsole. Door middel van een reeks sensoren kan de ernst van een botsing worden beoordeeld en hoe snel derhalve de airbags moeten worden opgeblazen.
De airbags zijn uitgerust met een elektronisch diagnosesysteem dat de afzonderlijke componenten in de gaten houdt. Deze worden door een processor op hun juiste werking getest. De airbags worden niet geactiveerd bij een eventuele botsing op lage snelheid (bijvoorbeeld een kleine stoot tijdens het parkeren), of abrupte bewegingen die niet door een botsing worden veroorzaakt (bijvoorbeeld het raken van een kuil in de weg tijdens het rijden). De airbag voor de voorste passagier kan handmatig gedeactiveerd worden, door met de contactsleutel in het startslot aan de schakelaar uiterst rechts op het dashboard te draaien. Hierdoor kan er een kinderzitje tegen de rijrichting in aan de passagiersstoel worden vastgemaakt.
Zijairbags:
Om de voorste inzittenden bij een eventuele flankbotsing betere borst- en bekkenbescherming te bieden, zijn de auto’s van Alfa Romeo ook uitgerust met zijairbags.
Deze positie garandeert de best mogelijke bescherming, ongeacht hun lengte, positie en stoelstand. Vanwege geometrische redenen is het ook mogelijk om airbags met een inhoud van ongeveer twaalf liter te gebruiken, minder dan nodig zou zijn voor een airbag die dezelfde bescherming biedt, maar zich in het portier bevindt. De sensoren die de activering van deze airbags aansturen bevinden zich in de middenzuilen. Wanneer er zich een ongeval voordoet, detecteren zij een zijwaartse acceleratie en wordt een signaal gestuurd naar de elektronische regeleenheid die verantwoordelijk is voor de frontairbags en de voorspanners van de stoelen. Alle systemen worden integraal gecontroleerd voor totale, progressieve bescherming van de inzittenden.
Window-airbags
De auto’s van Alfa Romeo zijn uitgerust met window-airbags die langs de ramen naar beneden vallen om de hoofden van inzittenden te bescherming bij een flankbotsing. Ze blazen snel op en stoten nooit direct tegen het lichaam van de inzittenden.
Ze openen van boven naar beneden, een beweging die secundair letsel aan de armen voorkomt. Ze bieden ook effectieve bescherming voor de hoofden van passagiers op de voor- en achterstoelen - zelfs als de auto over de kop gaat - omdat ze de gehele raamlengte bedekken.
De twee airbags (een aan elke zijde van de auto) zijn in compartimenten in het dakframe opgevouwen. Indien nodig, worden de afdekkingen geopend, waardoor de airbags kunnen worden opgeblazen en naar beneden kunnen vallen.
Knieairbags:
Leverbaar op de Alfa 159. Deze airbags bevinden zich onder het dashboard en beschermen de knieën van de bestuurder (de knieairbags voor de voorste passagier zijn op verzoek leverbaar) tegen het raken van het dashboard, waardoor de hoogst haalbare mate van veiligheid wordt bereikt.

Wanneer er geen veiligheidsgordels worden gedragen, is het risico op ernstig letsel vele malen groter dan voor passagiers die wel hun gordel dragen, zelfs bij kleine botsingen. Speciale gordelsensoren in de gespen van de voorstoelen en een druksensor in het schuimkussen van de zitting zorgen ervoor dat de regeleenheid activering van airbags kan aanpassen en activering van voorspanners kan voorkomen, al naargelang de stoel bezet is. Op de voorstoelen gebruiken de voorspanners een constructie die ervoor zorgt dat de stoelgesp waaraan de gordel bevestigd is, naar achter bewogen wordt, waardoor de gordel strakker om het lichaam van de inzittende getrokken wordt.

Leverbaar op de Alfa 159 – een mechanisme dat ontworpen is om beenletsel van de bestuurder bij een frontale botsing te voorkomen.

De voorstoelen zijn voorzien van een anti-whiplashmechanisme dat bij een aanrijding aan de achterkant de hoofdsteun naar voren beweegt, waardoor wordt voorkomen dat het hoofd met kracht naar achter geslingerd wordt en hoofd- en nekletsel door whiplash zoveel mogelijk wordt beperkt.

EuroNCAP, het Europese beoordelingsprogramma voor nieuwe auto’s, definieert door middel van het introduceren en toepassen van specifieke testprocedures methoden om de passieve (secundaire) veiligheid van nieuwe auto’s te bepalen. Dit om consumenten gestandaardiseerde informatie te kunnen aanbieden. EuroNCAP is opgericht in 1995 en wordt ondersteund door de Europese unie en alle belangrijke autoproducenten.
EuroNCAP publiceert veiligheidsrapporten waarin een waardering van 1 tot 5 sterren wordt toegekend, gebaseerd op de resultaten van een reeks botstesten – frontaal, van de zijkant, tegen een paal en het aanrijden van een voetganger. De frontale botsingen worden uitgevoerd bij een snelheid van 64 km/u tegen een vervormbare hindernis. De zijdelingse tests worden uitgevoerd bij een snelheid van 50 km/u, terwijl testen bij een paal en namaakvoetgangers worden uitgevoerd met snelheden van respectievelijk 29 en 40 km/u.
Bij zijn lancering in 2005 scoorde de Alfa 159 de maximale waardering van 5 sterren, de hoogst haalbare EuroNCAP-beoordeling.
Hetzelfde systeem van sensoren dat de airbags aanstuurt, controleert ook de activering van de voorspanners van de veiligheidsgordels. De voorspanners zijn ontworpen om de speling in de veiligheidsgordels te absorberen en ze om de inzittenden heen strak te trekken in de beginfase van een botsing, om zo de hoeveelheid beweging in het interieur zoveel mogelijk te beperken. De voorspanner op de gesp beperkt ook de voorwaartse beweging, waardoor het bekken op zijn plaats wordt gehouden en de kans op beenletsel verkleind wordt.

De veiligheidsgordels zijn eveneens uitgerust met degressieve gewichtsbegrenzers, die trapsgewijs de hoeveelheid verminderen waarmee een inzittende bij een botsing op zijn plaats wordt gehouden. Dit zorgt in combinatie met het airbagsysteem voor een effectievere bescherming. De hoeveelheid kracht die door de begrenzers wordt toegepast verkleint de kans op gebroken schouders en ribben, zelfs bij personen met kwetsbare botten, zoals senioren.

Rechts op het dashboard bevindt zich een schakelaar waarmee de airbag van de voorste passagier gedeactiveerd kan worden, waardoor er een kinderzitje tegen de rijrichting in aan de zitting kan worden bevestigd. Bij het deactiveren van deze airbag gaat er een lampje op het instrumentenpaneel branden. Deactivering is alleen mogelijk als de auto stilstaat.

De voorste stoelen
De structuur van de stoelen is ontworpen als aanvulling op het beschermingssysteem voor de inzittenden. Robuuste stalen elementen die onder de kussens zijn aangebracht bieden de juiste ondersteuning bij frontale botsingen en gaan het vervormen van de stoelen bij een zijwaartse aanrijding tegen. Een speciaal onderdeel aan de voorkant van de stoel voorkomt dat passagiers onder de gordel door naar voren schuiven, het zogenaamde ‘anti-duikbooteffect’. De stevige scharnier tussen de rugleuning en de stoelbasis zorgt ervoor dat inzittenden bij botsingen op lage snelheid zo goed mogelijk op hun plaats worden gehouden en helpt samen met de speciale kreukelzones aan de zijkant bij het geleidelijk aan absorberen en verdelen van de schokenergie wanneer de auto van achteren met hoge snelheid wordt aangereden.
Achterstoelen
Het frame van de achterbank is gemaakt van robuuste metalen componenten, die bestand zijn tegen kleine vervormingen die worden veroorzaakt door de schokenergie van een frontale botsing wanneer er mensen achterin zitten of als er zware bagage tegen de achterbank geslingerd wordt. Het voorste deel van de zitkussens is licht verhoogd en versterkt om duiken onder de gordels tegen te gaan.

De achterbank is in de meeste gevallen voorzien van twee Isofix-verankeringen voor kinderzitjes. Deze hebben twee opvallende kenmerken: hun gestandaardiseerde afmetingen en onderlinge afstand, wat betekent dat het kinderzitje ook in een ander type auto kan worden gebruikt.

In het algemeen wordt de bij een frontale botsing of aanrijding van achteren vrijkomende energie geabsorbeerd via de gewichtslijnen van het voertuig, welke bestaan uit steunbalken voor en achter, de motorondersteuning van het chassis en lange balken onder de bodem en laterale versteviging. De continuïteit van deze drie elementen over de gehele lengte van de auto garandeert een geleidelijke en progressieve vervorming van de carrosserie, in overeenstemming met de ernst van de botsing. Daarnaast zorgen de koppelingen tussen de versterkingsbalken en de motorondersteuning ervoor dat de energie naar de vervormbare componenten wordt gestuurd.
De sterke materialen en verschillende diktes die worden gebruikt voor de voorste en achterste lange verstevigingsbalken zijn dusdanig ontworpen dat ze bestand zijn tegen de krachten die de voor en achterin aanwezige dwarsbalken genereren bij een botsing op lage snelheid, zonder dat ze daarbij beschadigd worden. Tegelijkertijd kunnen ze alle vrijkomende energie van botsingen op hoge snelheid absorberen zonder dat daarbij de passagierscabine vervormd wordt.

De botssensor die naast de klink van de motorkap is geplaatst, zorgt ervoor dat de elektronische regeleenheid de airbags sneller kan activeren dan een traditioneel systeem, waardoor het risico op lichte verwondingen door het opblazen van de airbag geëlimineerd wordt - dit is al gebeurd voordat de inzittenden aan hun voorwaartse beweging in de richting van het stuurwiel of het dashboard beginnen. Hij zorgt ook voor verminderde gevoeligheid voor stoten op het onderlichaam waarvoor de airbags niet nodig zijn.
