"Storie Alfa Romeo": de eerste Formule 1-kampioenen.

De Alfetta 158

De 1938 Alfetta was een technologisch pareltje, met zijn krachtige 8-cylinder lijnmotor met een ééntrapscompressor en een driedubbele carburator, klaar voor onmiddellijke acceleratie en bovendien absoluut betrouwbaar. De distributie was aangedreven door een dubbele bovenliggende nokkenas. Dankzij het gebruik van lichte legeringen werd het gewicht van de motor verminderd tot amper 165 kilogram. De versnellingsbak was achterin gemonteerd, in één blok, waarbij het differentieel minder ruimte in beslag nam en een optimale gewichtsverdeling opleverde.

 

De ontsnapping naar Abbiategrasso 

De Tweede Wereldoorlog onderbrak het proces van onderzoek en ontwikkeling van de voertuigen. Stelt u zich eens voor: 1943, Milaan is bezet en elke dag zijn er meer razzia’s en arrestaties. Een klein aantal Alfetta’s 158 is ondergebracht in de Portello-fabriek, met het risico dat ze worden weggekaapt als oorlogsbuit. Een paar Alfa Romeo-techniekers en arbeiders besluiten om ze te verstoppen. Maar er is een groot probleem. Net als de truck op het punt staan om weg te rijden, verschijnt er een Wehrmachtpatrouille met de wapens in aanslag.  Gelukkig is de Alfa-testcoureur Pietro Bonini een Zwitser die enkele jaren in Berlijn heeft gewoond. Hij spreekt vloeiend Duits en zwaait met een vrijgeleide autorisatie, en haalt de commandant over om het konvooi te laten gaan. En zo kwamen de 158’s uiteindelijk in garages en boerenschuren terecht, waar ze verstopt werden achter valse muren of hopen houtblokken… wachtend op betere tijden. In feite waren de technische oplossingen van het originele project vooruitstrevend genoeg om nog steeds baanbrekend te zijn na de oorlog en in bepaalde gevallen zelfs tot op vandaag.

 

De lancering van de F1

Toen de oorlog eindigde, werden diezelfde Alfetta 158 modellen zorgvuldig gerestaureerd om te kunnen racen. Tussen 1947 en 1948, won Nino Farina de Gran Prix der Naties in Genève, Varzi won de Valentino Grand Prix in Turijn en Tossi triomfeerde in de Gran Premio van Milan. Op de Britse Grand Prix in Silverstone in 1950, de eerste van de 8 races die samen het eerste FIA Formule 1-Wereldkampioenschap zouden vormen, werd het eerste F1-podium gedomineerd door Alfa Romeo. Nino Farina werd bovendien de eerst Formule 1 Wereldkampioen ooit. De boodschap was duidelijk: Alfa Romeo was nog steeds de snelste. 

 

Het 3 F’s Team en de Alfetta 159

De combinatie van ongeëvenaarde snelheid, wegligging en betrouwbaarheid van de 158 maakte de auto het toppunt van de autotechniek. Het onoverwinnelijke trio  Farina, Fangio en Fagioli, bijgenaamd het ‘3 F’s team’, versloeg alle rivalen. De Alfa Romeo-coureurs wonnen in elke Grand Prix race waar ze aan deelnamen. Ze eindigden 12 keer op het podium en behaalden  5 keer de snelste rondetijd. 

 

Ondanks het feit dat de Alfetta 17 jaar oud was, herdoopten de techniekers in 1951 de wagen tot Alfetta 159. Ze slaagden er ook in om nog meer vermogen uit de motor te halen,  waarmee ze de mijlpaal van 450 pk bereikten. Dankzij deze inspanningen en het buitengewone talent van de coureurs, triomfeerde de 159 in de GP’s van Zwitserland, België, Frankrijk en Spanje, met alles samen 11 podiumplaatsen, de snelste ronde in alle 7 races en de eindoverwinning in het Kampioenschap.